Leggen van houten vloeren
Er zijn twee methoden om houten vloeren te leggen te onderscheiden,
vast leggen oftewel geheel verlijmen van de houten vloer, of zwevend
leggen (los).
Vast (verlijmd) leggen
Bij deze methode wordt de vloer opgebouwd uit twee lagen. Er wordt
een tussenvloer van spaanplaat(broodjes) op de ondervloer gelijmd
of gespijkerd. Hierop worden de houten vloerdelen op hun beurt
weer gelijmd en/of gespijkerd. Naast bovengenoemde methode worden tegenwoordig de werkingsvrije planken of het lamelparket rechtstreeks op de betonvloer verlijmd.
De voordelen van deze methode zijn:
- de vloerdelen kunnen niet of nauwelijks werken
- bijna geen storende geluiden in de ruimte zelf (loopgeluid, kraken)
- kleinere of geen zwelruimten langs de randen nodig
Zwevend leggen
Onder een zwevend gelegde houten vloer wordt een niet vast aan
de ondervloer bevestigd geheel van houten vloerdelen bedoeld. Op
de ondervloer wordt een schuimachtige tussenvloer (meestal
ook vocht en geluidsisolerend) aangebracht. Deze tussenvloer dient
in de
eerste plaats om oneffenheden uit te vlakken. Hierop worden
de van veer en groef (voor een sluitend geheel) voorziene
planken
gelegd.
De
voordelen
van deze methode zijn:
- makkelijk zelf te leggen
- de vloer is verhuisbaar
- geluidsisolerend naar andere vertrekken (onderliggend appartement)
De nadelen van zwevend leggen:
- enigzins loopgeluid, kraken
- naadvorming mogelijk
- de vloer kan iets "veren"
- rekening houden met zwelruimte langs de randen (bij werkingsvrije
vloerdelen niet meer nodig!)
- niet geschikt voor grote ruimtes, maximale breedte ca. 5 à 6
meter i.v.m. het "vrij" kunnen werken van de massieve
vloerdelen (werkingsvrije vloerdelen kunnen probleemloos zwevend
in grote ruimtes worden gelegd.)
|